|
Stijl van Bayon, 1177-1230
Bouwer: Koning Jayavarman VII (11811219).
Bouwjaar: 1186.
Lokatie: Aan de Kleine Rondweg, ingang via de westelijke poort bij kilometersteen 4, uitgang door de oostelijke poort.
In geen van de tempelruïnes van Angkor is de weelderigheid en vernietigende kracht van de tropische vegetatie zo duidelijk te zien. Toen Franse onderzoekers het tempelcomplex hadden ontdekt, lieten zij de reusachtige bomen staan, waarvan de enorme wortels zich als reuzenslangen om de tempel kronkelen en de muren doen scheuren. Om de tempel te redden, zal een deel van de woudreuzen moeten worden gekapt. Jayavarman VII liet het klooster oprichten als heiligdom voor zijn vergoddelijkte moeder, die als Prajnaparamita werd vereerd. De Ta Prohm doet denken aan een kleine versie van Angkor Thom.
Binnen een laterieten wal ligt een terrein van 1000 bij 700 m. De gezichtstoren van de westelijke poort, die veel lijkt op de poorten van Angkor Thom en de
Bayontempel, is het best bewaard gebleven. De wachters (dvarapala) zijn evenals de garuda en naga-balustrades sterk vervallen. Een met zandstenen platen geplaveide weg voert over de buitenste gracht naar het slecht bewaard gebleven toegangspaviljoen van de tweede wal. Het centrale heiligdom staat in het midden, in een ondoordringbare groene jungle waar het licht slechts gedempt door de takken van de hoge bomen valt.
Een inscriptie uit de 12de eeuw, die in een stenen post is gebeiteld, verhaalt over de overwinning van de koning op de Cham en ove r het leven in de Ta Prohm. Het klooster en de huishouding van de koningin-moeder telden achttien hoofdopzichters, 2740 monniken en 2232 andere bewoners, onder wie 615 dansers. In totaal waren 66.625 mannen en vrouwen in de omringende dorpen economisch afhankelijk van het klooster. Om bij de buitenste wal en de balustrade van de binnenste gracht en de daarachter gelegen laterieten muur rond het binnenste tempelcomplex te komen moet u een ongeveer 400 m lang gemarkeerd breed pad door de jungle volgen.
Het toegangsgebouw bestaat uit een grote hal met drie kruisgangen. Daarnaast ligt een tweede hal met vierkante zuilen. Tegen de omwalling zijn ongeveer 100 monnikscellen met laterieten voorbouw gebouwd. De weg loopt verder naar een grote binnenplaats, waarvan de muren met blinde poorten zijn versierd.
De 145 bij 125 m grote tempel is een doolhof van gangen, galerijen en hallen, dat nog onoverzichtelijker is geworden door de aan alle kanten binnendringende vegetatie. De markering van het pad helpt om gevaarlijke plekken te vermijden.
Via kleine binnenplaatsen en galerijen bereikt men het hoofdheiligdom, dat zich in het midden van een binnenplaats met zijden van 24 m verheft. Het is sterk vervallen. De toren is niet versierd en was vroeger wellicht bekleed met koperen platen.
In de oudere delen van de Ta Prohm zijn zorgvuldig gemaakte en afwisselende decoraties te zien. Dansende apsara's komen hier bijna net zo dikwijls voor als in de Angkor Wat.
Uit de later gebouwde delen blijkt dat de koning haast had. Hij wilde de bouw van zijn talloze bouwwerken bespoedigen, wat tot ongeïnspireerd werk van slechte kwaliteit leidde.
De Ta Prohm is gebouwd als klooster dat door een groot aantal mensen moest worden gebruikt, en niet, zoals de tempels uit de Angkorperiode, als plek ter verering van goden en god-koningen. Dat verklaart de volkomen andere opzet van het complex. Rond het hoofdgebouw staat een groot aantal paviljoens, gebouwtjes, cellen en heiligdommen, waaronder onderkomens voor pelgrims.
Het gemarkeerde voetpad leidt verder naar de oostelijke poort, die zijn gezichtstoren heeft verloren.
(Klik op eender welke foto en je komt terecht
in een fotoshow die de foto's van deze pagina weergeeft)
|